Actueel
Studies tonen aan dat mensen met deze bloedgroep een grotere kans hebben om 100 jaar te worden
Hoe bloedwaarden voorspellen wie 100 jaar kan worden: nieuw onderzoek onthult 10 opvallende biomarkers
Dat sommige mensen zonder veel moeite de leeftijd van 100 jaar bereiken terwijl anderen eerder wegvallen, blijft een van de grootste mysteries in de medische wetenschap. Toch komen onderzoekers langzaam dichterbij een antwoord. Een grootschalig Zweeds onderzoek heeft nu tien specifieke bloedmarkers ontdekt die opmerkelijk nauwkeurig voorspellen welke mensen de grootste kans hebben om extreem oud te worden. Het gaat niet om exotische tests of genetische analyses, maar om simpele bloedwaarden die veel mensen al vanaf hun middelbare leeftijd laten controleren.

De groei van een bijzondere leeftijdsgroep
Honderdjarigen werden vroeger gezien als levende wonderen: uitzonderingen die je maar zelden tegenkwam. Maar dat beeld verandert razendsnel. Sinds de jaren ’70 is het aantal honderdjarigen wereldwijd meer dan verdubbeld. Betere gezondheidszorg, veiliger werk, medicijnen én algemeen bewustzijn over voeding en beweging spelen daarbij een rol. Maar zelfs met al deze factoren blijft één vraag hangen: wat onderscheidt de mensen die het écht tot 100 schoppen?
Een team wetenschappers uit Zweden besloot precies dat uit te zoeken – niet door te kijken naar hun levensstijl, maar door letterlijk hun bloedwaarden te volgen over meerdere decennia.

Het grootste onderzoek naar lange levensduur tot nu toe
De studie betrof maar liefst 44.637 inwoners van Stockholm, allemaal geboren tussen 1893 en 1920. Tussen 1985 en 1996 onderging deze hele groep routinematige bloedtesten. Vervolgens werden ze tot 35 jaar lang gevolgd via nationale gezondheidsregisters. Het ging om mensen die op het moment van bloedafname tussen de 64 en 99 jaar oud waren.
Uiteindelijk bereikten 1.224 van hen de leeftijd van 100 jaar – opvallend genoeg was ruim 84 procent daarvan vrouw, helemaal in lijn met de bekende statistiek dat vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen.
De grote vraag was:
zaten er in de bloedwaarden
van deze mensen aanwijzingen die al decennia eerder konden
voorspellen wie de magische grens van 100 zou
halen?
Het antwoord: ja, en
verrassend duidelijk ook.

De 10 bloedmarkers die de grootste rol spelen
De onderzoekers analyseerden twaalf standaard bloedwaarden, waarvan tien uiteindelijk sterke voorspellers bleken voor levensduur. Het ging onder andere om:
-
Glucose (suikerspiegel)
-
Creatinine (nierfunctie)
-
Urinezuur
-
Leverwaarden zoals GGT, ALP, ASAT en LDH
-
Cholesterol
-
Albumine (voedingsstatus)
-
IJzer en TIBC (ijzerbindende capaciteit)

Wat bleek?
Extreme waarden – zowel te hoog als te laag – verminderden de kans om 100 te worden. Maar meer specifiek viel iets opmerkelijks op: bijna alle 100-plussers hadden al rond hun 60e of 70e levensjaar tamelijk stabiele en gemiddelde waarden. Geen uitschieters, geen zorgwekkende verhogingen, maar rustige, consistente bloedwaardes.
Lage glucose, creatinine en urinezuur
Onderzoeker Karin Modig verwoordde het als volgt:
“Honderdjarigen hadden al vanaf hun zestigste beduidend lagere glucose-, creatinine- en urinezuurwaarden dan leeftijdsgenoten die vroeger 0verleden.”
Zo bleek bijvoorbeeld dat bijna geen enkele honderdjarige rond zijn/haar 60e een glucosewaarde boven de 6,5 mmol/l had gehad. Ook creatininewaarden boven de 125 kwamen onder de honderdjarigen nauwelijks voor.
Ook lever- en ontstekingswaarden voorspelden veel
Lagere waarden van ASAT, LDH, ALP, GGT en TIBC bleken eveneens samen te hangen met een langere levensduur. Dat duidt op:
-
een minder zwaarbelaste lever
-
lagere ontstekingsactiviteit
-
een metabolisme dat minder stress ervaart
Een verrassende wending: cholesterol
Misschien wel de meest opvallende uitkomst van het onderzoek is dat een hoger totaal cholesterolgehalte geassocieerd bleek met een grotere kans om 100 jaar oud te worden.
Dat statement botst frontaal met moderne richtlijnen, waarin juist vaak wordt gestreefd naar lage cholesterolwaarden. Maar deze bevinding sluit wél aan bij eerdere studies die aantonen dat bij zeer oude mensen een te laag cholesterol juist risicovol kan zijn, bijvoorbeeld doordat het kan wijzen op ondervoeding of chronische z!ekte.
Het sleutelwoord is dus opnieuw: balans, en vooral géén extreme waarden.
IJzer werkt hetzelfde: te laag is probleem, niet te hoog
Ook ijzerwaarden lieten een duidelijke trend zien: mensen met te lage ijzerwaarden bleken een veel kleinere kans te hebben om 100 te worden. Een te hoog ijzergehalte kan óók risico’s opleveren, maar extreem lage waarden bleken in deze studie een belangrijke voorspeller van sterfte op latere leeftijd.

Gaat dit over genen of levensstijl?
De grote vraag is natuurlijk wat deze biomarkers zeggen over oorzaken. Want bloedwaarden op zichzelf vertellen nog niet waarom ze goed of slecht zijn.
Volgens Modig:
“We kunnen niet exact zeggen welke levensstijl of genetische factoren zorgen voor deze bloedwaardes, maar voeding, alcoholgebruik en algemene metabole gezondheid spelen waarschijnlijk een grote rol.”
Ook onderstreept ze dat geluk – toevallige afwezigheid van ernstige z!ektes – altijd een factor blijft in extreme ouderdom.
Maar één ding is zeker: de verschillen zagen de onderzoekers al tientallen jaren vóór 0verlijden. Dat wijst erop dat zowel leefstijl als erfelijke aanleg een langdurige invloed heeft.

Wat kunt u zelf met deze informatie?
De studie is géén handleiding om meteen allerlei bloedwaarden te proberen te verlagen of verhogen. De belangrijkste lessen zijn veel subtieler – en vooral veel realistischer.
Hier zijn de rode lijnen:
1. Het gaat om stabiele, gemiddelde waarden
De honderdjarigen bleken geen “perfecte” bloedwaarden te hebben, maar vooral:
-
niet te hoog
-
niet te laag
-
nauwelijks schommelingen
Een rustige metabole gezondheid blijkt goud waard.
2. Een gezonde bloedsuikerspiegel is cruciaal
Hier is geen discussie over: lagere, stabiele glucosewaarden geven een grotere kans op een lang leven.
3. Let op nierfunctie en ontstekingswaarden
Creatinine en urinezuur lijken veel te zeggen over de algemene gezondheid op de lange termijn. Lage, stabiele waarden waren een duidelijke voorspeller.
4. Extreme diëten die cholesterol té laag maken zijn mogelijk niet gunstig
Cholesterol blijft complex, maar té laag is zeker niet altijd beter.
5. Houd uw lever gezond
Lage ALP, GGT en ASAT stonden vrijwel altijd gelijk aan een langere levensduur.
6. IJzer moet in balans zijn
Vooral een tekort op oudere leeftijd bleek nadelig.

Simpel gezegd: je hoeft niet perfect te zijn, maar je moet in balans blijven
Gezond eten, voldoende bewegen, goede slaap, matigheid met alcohol en regelmatige check-ups bij de huisarts liggen dus volkomen in lijn met de bloedwaardes van de honderdjarigen. Ze leefden niet extreem streng, maar wel consequent gezond.
Daarbij geldt: hoe eerder in het leven de bloedwaarden binnen een gezond bereik vallen, hoe gunstiger de voorspelling.

Denkt u na over uw eigen gezondheid?
Deze studie laat zien dat de basis van een lang leven, deels al vanaf middelbare leeftijd zichtbaar wordt. Niet als garantie, maar als richtingaanwijzer. Routinecontroles kunnen helpen trends in bloedwaarden vroeg op te merken, zodat u tijdig bij kunt sturen.
Of het nu gaat om bewegen, gezonde voeding, minder stress of simpelweg beter slapen: elke kleine verbetering telt mee voor de lange termijn.
Actueel
Expert slaat alarm over dodelijk virus in Nederland: ”Kan heel groot worden”

In Utrecht is een persoon overleden na een besmetting met het westnijlvirus. Het nieuws zorgt voor toenemende zorgen over de aanwezigheid van het virus in Nederland. Muggenexpert Bart Knols waarschuwt dat het sterfgeval niet als een op zichzelf staand incident moet worden gezien. Volgens hem is juist nu het moment aangebroken om uiterst alert te zijn en maatregelen te nemen om verdere verspreiding zo goed mogelijk in kaart te brengen.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) maakte ongeveer twee weken geleden bekend dat het westnijlvirus op meerdere plekken in Nederland was vastgesteld. Het virus werd aangetroffen bij een mens, een paard en een vogel.
Dat is belangrijk, omdat het westnijlvirus voornamelijk via besmette muggen wordt overgedragen. Wanneer verschillende dieren en mensen besmet raken, betekent dit dat het virus lokaal circuleert en dat muggen een rol spelen bij de verspreiding.
De zorgen zijn verder toegenomen nu bekend is geworden dat iemand uit Utrecht na een besmetting is overleden.
Muggenexpert waarschuwt voor verdere verspreiding
Muggenexpert Bart Knols sprak woensdagavond in het WNL-programma Goedenavond Nederland uitgebreid over de situatie. Volgens hem moeten de Nederlandse autoriteiten het signaal serieus nemen.
“Dit kan groot worden, laat ik het zo zeggen. Het is één geval. Eén sterfgeval. Heel triest natuurlijk”, aldus Knols.
Volgens de deskundige komt de ontwikkeling bovendien niet volledig uit de lucht vallen. Hij wijst erop dat wetenschappers al veel langer waarschuwen voor de mogelijkheid dat het westnijlvirus zich in Nederland verder zou verspreiden.
Knols stelt dat er rond 2020 al duidelijke signalen waren. Zelf schreef hij naar eigen zeggen zelfs in 2009 al over de risico’s van het virus.
“Dat werd toen weggezet als bangmakerij, stemmingmakerij. En nu zijn we 17 jaar verder en nu is het zover. En dat is heel triest”, vertelde hij.
In Utrecht is iemand overleden aan het westnijlvirus. Muggenexpert Bart Knols waarschuwt dat we de verspreiding niet moeten onderschatten. “Het begint met één persoon en bij één persoon moeten eigenlijk de alarmbellen afgaan.” Volgens Knols zijn die bij wetenschappers al veel… pic.twitter.com/3KnOzCRMUD
— WNL Vandaag (@WNLVandaag) August 26, 2026
‘Bij één persoon moeten de alarmbellen afgaan’
Presentator Frank van Leeuwen wierp tijdens het gesprek de vraag op of de situatie daadwerkelijk zo alarmerend is. Tot dusver gaat het immers om een beperkt aantal vastgestelde besmettingen in Nederland.
Volgens de cijfers die tijdens de uitzending werden besproken, zijn zes besmettingen bekend en is nu één persoon overleden.
Knols vindt echter dat juist bij infectieziekten niet uitsluitend naar de huidige aantallen moet worden gekeken. Een klein aantal geregistreerde gevallen betekent volgens hem niet automatisch dat het risico beperkt blijft.
“Het begint met één persoon en dan zouden alle alarmbellen moeten afgaan”, waarschuwde hij. Volgens Knols zijn die alarmbellen binnen de wetenschappelijke wereld al veel langer afgegaan.
Om duidelijk te maken waarom vroege signalen volgens hem serieus genomen moeten worden, maakte de muggenexpert een vergelijking met Q-koorts. Ook die uitbraak begon ooit met een beperkt aantal bekende gevallen, waarna de omvang sterk toenam.
Daarmee zegt Knols niet dat het westnijlvirus zich noodzakelijkerwijs op dezelfde manier zal ontwikkelen. Zijn boodschap is vooral dat snel handelen belangrijk kan zijn wanneer een infectieziekte zich begint te verspreiden.
Hoe wordt het westnijlvirus verspreid?
Het westnijlvirus wordt in de natuur voornamelijk in stand gehouden door een cyclus tussen vogels en muggen. Muggen kunnen besmet raken wanneer ze bloed zuigen bij een geïnfecteerde vogel. Vervolgens kunnen ze het virus bij een volgende beet overdragen op mensen of andere zoogdieren, waaronder paarden.
De aanwezigheid van besmettingen bij zowel vogels als paarden en mensen is daarom een belangrijk signaal voor deskundigen die de verspreiding volgen.
Dat betekent overigens niet dat iedere mug in Nederland het virus bij zich draagt. Ook leidt een besmetting niet automatisch tot ernstige ziekte. Het geregistreerde sterfgeval in Utrecht maakt volgens Knols echter duidelijk dat ernstige gevolgen mogelijk zijn.
Virus komt ook elders in Europa voor
Nederland staat bovendien niet op zichzelf. Het westnijlvirus komt al langer voor in delen van Europa, waarbij vooral Zuid-Europese landen regelmatig besmettingen melden.
Tijdens de uitzending wees Knols erop dat er inmiddels 625 besmettingen in Europa zijn geregistreerd.
Volgens hem ligt het werkelijke aantal mensen dat met het virus in aanraking is gekomen waarschijnlijk hoger. Niet iedere besmetting wordt immers herkend of geregistreerd.
“Het virus waart rond”, aldus Knols. Juist daarom vindt hij dat Nederland zich goed moet voorbereiden op een situatie waarin meer besmettingen worden vastgesteld.
Pleidooi voor Outbreak Management Team
De muggenexpert vindt dat na het sterfgeval in Utrecht verschillende deskundigen en instanties gezamenlijk naar de situatie moeten kijken.
“Als het goed is moet er, na Utrecht, een soort OMT komen”, zei hij.
Met OMT doelt Knols op een Outbreak Management Team: een groep deskundigen die bij een mogelijke uitbraak de beschikbare informatie beoordeelt en adviseert over eventuele maatregelen.
Volgens Knols zouden onder meer het RIVM, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de GGD en verschillende medische en veterinaire deskundigen daarbij betrokken moeten worden.
Hij noemt daarbij niet alleen huisartsen, maar ook dierenartsen. Dat is van belang omdat het virus niet uitsluitend bij mensen wordt aangetroffen. Ook besmettingen onder dieren kunnen informatie opleveren over waar het virus circuleert.
Onderzoek rond besmettingen Utrecht
Bijzondere aandacht zou volgens Knols moeten uitgaan naar de regio Utrecht. Daar zijn volgens de besproken gegevens drie menselijke besmettingen vastgesteld.
Hij pleit ervoor om grondig te onderzoeken waar deze mensen mogelijk met het virus in aanraking zijn gekomen en welke overeenkomsten er tussen de besmettingen bestaan.
Ook monitoring van muggen, vogels en paarden kan helpen om een beter beeld te krijgen van de geografische verspreiding.
Het doel daarvan is vooral om zo vroeg mogelijk te ontdekken waar besmette muggen voorkomen en of er aanwijzingen zijn dat het virus zich naar andere gebieden verplaatst.
Deskundige wil maximale alertheid
Knols benadrukt dat zijn oproep niet betekent dat Nederland onmiddellijk met een grootschalige uitbraak te maken krijgt. Wel vindt hij dat het onverstandig zou zijn om af te wachten totdat het aantal besmettingen sterk begint toe te nemen.
Juist omdat muggen zich kunnen verspreiden en het virus via vogels over grotere afstanden kan circuleren, is volgens hem vroegtijdige surveillance van groot belang.
Het overlijden van de persoon uit Utrecht vormt voor de muggenexpert daarom een belangrijk waarschuwingssignaal.
Waar momenteel nog sprake is van een beperkt aantal bevestigde menselijke besmettingen, moet volgens hem alles in het werk worden gesteld om zicht te krijgen op wat er daadwerkelijk gaande is.
“Het begint met één persoon”, waarschuwt Knols. Voor hem is het dan ook duidelijk: het eerste Nederlandse sterfgeval moet aanleiding zijn om de ontwikkelingen rond het westnijlvirus uiterst serieus te volgen.
-
Actueel2 jaar agoHardnekkige gerucht blijkt tóch waar: ‘Dit heeft Marco Borsato allemaal met Maan gedaan!’
-
Actueel2 jaar agoJutta Leerdam stapt in ijsbad en laat per ongeluk een beetje teveel zien
-
Actueel2 jaar agoMartijn Krabbé deelt verdrietig bericht: ‘Zo lang heb ik nog’
-
Actueel2 jaar agoKijkers geschokt door actie van gast in Lang Leve de Liefde: slurf tevoorschijn gehaald
-
Actueel2 jaar agoAndré Hazes deelt per ongeluk beelden van vrij partijtje met Monique Westenberg
-
Actueel2 jaar agoOphef: Lang Leve de Liefde-deelnemers Laura en Duco liggen te wippen en geven volledige show weg
-
Actueel2 jaar agoVolgers verdrietig door heftige post van Emma Heesters 😔
-
Actueel2 jaar agoZangeres Maan laat op podium zien wat ze in huis heeft tijdens optreden. Daar kunnen de mannen wel van genieten