Actueel
Contanten en pinnen worden vervangen: Vanaf 2030 gaan we betalen op DEZE manier
De manier waarop we betalen staat aan de vooravond van een ingrijpende verandering. Waar contant geld al jaren terrein verliest en plastic betaalpassen steeds vaker plaatsmaken voor digitale varianten op de smartphone, zet Mastercard nu een volgende, ambitieuze stap. Het betaalbedrijf werkt aan nieuwe technologieën die rond het jaar 2030 creditcards en betaalpassen grotendeels overbodig moeten maken. In plaats daarvan zouden zogenoemde tokens en biometrische herkenning het hart vormen van het betalingsverkeer.

Betalen in een wereld die razendsnel digitaliseert
Wie vandaag de dag een winkel binnenloopt, merkt het al: contant geld wordt steeds minder vanzelfsprekend. Briefjes van 100, 200 en 500 euro worden op veel plekken niet meer geaccepteerd en ook muntgeld verdwijnt langzaam uit het straatbeeld. Pinnen, contactloos betalen en betalen via de smartphone zijn voor miljoenen mensen inmiddels de norm geworden.
Deze ontwikkeling past in een bredere digitale transformatie van de samenleving. Alles moet sneller, veiliger en eenvoudiger. MasterCard ziet hierin een kans om het betaalproces fundamenteel te vernieuwen en werkt daarom aan twee pijlers die samen de toekomst van betalen moeten vormen: tokenisatie en biometrische technologie.

Wat zijn tokens en waarom zijn ze zo belangrijk?
Een van de kernideeën achter de nieuwe betaalmethoden is het gebruik van zogeheten tokens. In plaats van een vast kaartnummer, zoals dat nu op een creditcard of betaalpas staat, krijgt elke betaling een unieke digitale code. Die code – de token – is slechts één keer geldig en kan daarna niet opnieuw worden gebruikt.
Dat lijkt misschien een technische nuance, maar de impact ervan is groot. Momenteel zijn kaartnummers, ondanks beveiligingslagen, nog steeds aantrekkelijk voor criminelen. Bij datalekken kunnen deze nummers worden onderschept en misbruikt. Met tokenisatie verdwijnt dit risico grotendeels, omdat er simpelweg geen vast nummer meer bestaat dat kan worden gekopieerd.
MasterCard benadrukt dat tokenbetalingen het betaalverkeer niet alleen veiliger maken, maar ook slimmer. Omdat elke transactie uniek is, wordt fraude sneller herkend en kan misbruik vrijwel direct worden geblokkeerd. Voor consumenten betekent dit minder zorgen en voor bedrijven minder schade door fraude.

Van pas en pincode naar biometrische goedkeuring
Naast tokens zet MasterCard zwaar in op biometrische technologie. Waar we nu nog afhankelijk zijn van een fysieke pas en een pincode, moet die combinatie in de toekomst plaatsmaken voor iets veel persoonlijkers: ons eigen lichaam.
Denk aan vingerafdrukken, handpalmherkenning of gezichtsherkenning. Deze vormen van biometrische identificatie worden al gebruikt om smartphones te ontgrendelen of toegang te krijgen tot beveiligde apps. MasterCard wil die technologie nu ook structureel inzetten om betalingen goed te keuren.
Het idee is eenvoudig: als jij degene bent die betaalt, bewijs je dat door wie je bent, niet door wat je bij je draagt of wat je weet. Je kunt je vingerafdruk niet vergeten zoals een pincode, en je kunt je handpalm niet kwijtraken zoals een betaalpas.

Snelheid en gemak als grote voordelen
Een belangrijk argument voor deze nieuwe betaalmethoden is snelheid. Betalen met biometrische technologie kan in theorie sneller verlopen dan het invoeren van een pincode of het zoeken naar een pas. Een korte scan van je hand of gezicht zou voldoende zijn om een betaling te autoriseren.
Daarnaast verdwijnt een veelvoorkomend probleem: verloren of gestolen passen. Zonder fysieke betaalkaart is er niets meer om kwijt te raken. Dat betekent minder stress voor consumenten en minder administratieve rompslomp voor banken.
Ook in drukke omgevingen – denk aan openbaar vervoer, evenementen of supermarkten – kunnen deze technologieën zorgen voor een soepeler doorstroming. Sneller betalen betekent minder wachttijden en een efficiëntere afhandeling aan de kassa.
Privacy en veiligheid: de grote vragen
Tegelijkertijd roept de inzet van biometrische technologie onvermijdelijk vragen op over privacy. Het idee dat bedrijven biometrische gegevens zoals vingerafdrukken of gezichtskenmerken gebruiken, voelt voor sommige mensen ongemakkelijk.
MasterCard benadrukt daarom dat privacy een centraal uitgangspunt is in de ontwikkeling van deze systemen. Biometrische gegevens zouden niet centraal worden opgeslagen, maar lokaal en versleuteld, bijvoorbeeld op een persoonlijke smartphone of een beveiligd apparaat. De biometrische scan fungeert dan alleen als een sleutel om de betaling goed te keuren, zonder dat de gegevens zelf worden gedeeld.
Volgens het bedrijf is dit zelfs veiliger dan huidige systemen, omdat biometrische data niet zomaar kan worden onderschept of nagemaakt. Toch zal het vertrouwen van consumenten hierin een cruciale rol spelen bij de uiteindelijke acceptatie.
Samenwerking met banken en winkels
Hoewel de plannen nog niet volledig zijn uitgerold, is MasterCard al druk bezig met het leggen van de basis. Het bedrijf werkt samen met banken, technologiebedrijven en retailers om de benodigde infrastructuur op tijd klaar te hebben.
Dat is geen eenvoudige opgave. Nieuwe betaalmethoden vragen om aangepaste betaalterminals, software-updates en duidelijke regelgeving. Ook moeten winkels en consumenten worden meegenomen in het gebruik en de voordelen van de technologie.
Volgens insiders is het doel om de overgang zo geleidelijk mogelijk te laten verlopen. Traditionele betaalmethoden zullen niet van de ene op de andere dag verdwijnen, maar langzaam worden aangevuld en uiteindelijk vervangen door de nieuwe systemen.
Wat betekent dit voor contant geld?
De vraag dringt zich op: wat gebeurt er met contant geld? Hoewel MasterCard zich richt op digitale betalingen, betekent dat niet dat cash per direct verdwijnt. Overheden en centrale banken hebben hier ook een stem in, en contant geld vervult nog altijd een belangrijke maatschappelijke functie.
Toch lijkt de trend duidelijk: cash wordt steeds minder gebruikt, zeker in stedelijke gebieden en bij jongere generaties. De nieuwe betaalmethoden versnellen die ontwikkeling, omdat ze gemak en veiligheid combineren op een manier die contant geld niet kan bieden.
De betaalwereld richting 2030
Rond 2030 zou het betaalverkeer er fundamenteel anders uit kunnen zien. Geen portemonnee meer vol passen, geen stress over vergeten pincodes en minder risico op fraude. In plaats daarvan betalen we met een blik, een handbeweging of een vingerafdruk, ondersteund door unieke digitale tokens.
Voor consumenten kan dat een bevrijding zijn, maar het vraagt ook om vertrouwen in technologie en de partijen die die technologie beheren. Transparantie, duidelijke regelgeving en goede voorlichting zullen daarom essentieel zijn.
Een stille revolutie aan de kassa
Wat MasterCard nu ontwikkelt, voelt misschien futuristisch, maar is in feite een logisch vervolg op ontwikkelingen die al jaren gaande zijn. Contactloos betalen, mobiel betalen en digitale wallets hebben de weg vrijgemaakt voor een volgende stap.
Als de plannen slagen, zal betalen in de toekomst minder zichtbaar en minder omslachtig worden. Geen handelingen meer die je bewust uitvoert, maar een bijna naadloze interactie tussen mens en technologie.
De conclusie is helder: traditionele betaalkaarten en contant geld staan niet op het punt om morgen te verdwijnen, maar hun rol wordt wel steeds kleiner. Met tokenisatie en biometrische technologie zet MasterCard in op een betaalwereld die veiliger, sneller en persoonlijker is. De komende jaren zullen uitwijzen of consumenten die toekomst omarmen – en hoe snel de portemonnee zoals we die kennen, daadwerkelijk tot het verleden gaat behoren.
Actueel
Expert slaat alarm over dodelijk virus in Nederland: ”Kan heel groot worden”

In Utrecht is een persoon overleden na een besmetting met het westnijlvirus. Het nieuws zorgt voor toenemende zorgen over de aanwezigheid van het virus in Nederland. Muggenexpert Bart Knols waarschuwt dat het sterfgeval niet als een op zichzelf staand incident moet worden gezien. Volgens hem is juist nu het moment aangebroken om uiterst alert te zijn en maatregelen te nemen om verdere verspreiding zo goed mogelijk in kaart te brengen.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) maakte ongeveer twee weken geleden bekend dat het westnijlvirus op meerdere plekken in Nederland was vastgesteld. Het virus werd aangetroffen bij een mens, een paard en een vogel.
Dat is belangrijk, omdat het westnijlvirus voornamelijk via besmette muggen wordt overgedragen. Wanneer verschillende dieren en mensen besmet raken, betekent dit dat het virus lokaal circuleert en dat muggen een rol spelen bij de verspreiding.
De zorgen zijn verder toegenomen nu bekend is geworden dat iemand uit Utrecht na een besmetting is overleden.
Muggenexpert waarschuwt voor verdere verspreiding
Muggenexpert Bart Knols sprak woensdagavond in het WNL-programma Goedenavond Nederland uitgebreid over de situatie. Volgens hem moeten de Nederlandse autoriteiten het signaal serieus nemen.
“Dit kan groot worden, laat ik het zo zeggen. Het is één geval. Eén sterfgeval. Heel triest natuurlijk”, aldus Knols.
Volgens de deskundige komt de ontwikkeling bovendien niet volledig uit de lucht vallen. Hij wijst erop dat wetenschappers al veel langer waarschuwen voor de mogelijkheid dat het westnijlvirus zich in Nederland verder zou verspreiden.
Knols stelt dat er rond 2020 al duidelijke signalen waren. Zelf schreef hij naar eigen zeggen zelfs in 2009 al over de risico’s van het virus.
“Dat werd toen weggezet als bangmakerij, stemmingmakerij. En nu zijn we 17 jaar verder en nu is het zover. En dat is heel triest”, vertelde hij.
In Utrecht is iemand overleden aan het westnijlvirus. Muggenexpert Bart Knols waarschuwt dat we de verspreiding niet moeten onderschatten. “Het begint met één persoon en bij één persoon moeten eigenlijk de alarmbellen afgaan.” Volgens Knols zijn die bij wetenschappers al veel… pic.twitter.com/3KnOzCRMUD
— WNL Vandaag (@WNLVandaag) August 26, 2026
‘Bij één persoon moeten de alarmbellen afgaan’
Presentator Frank van Leeuwen wierp tijdens het gesprek de vraag op of de situatie daadwerkelijk zo alarmerend is. Tot dusver gaat het immers om een beperkt aantal vastgestelde besmettingen in Nederland.
Volgens de cijfers die tijdens de uitzending werden besproken, zijn zes besmettingen bekend en is nu één persoon overleden.
Knols vindt echter dat juist bij infectieziekten niet uitsluitend naar de huidige aantallen moet worden gekeken. Een klein aantal geregistreerde gevallen betekent volgens hem niet automatisch dat het risico beperkt blijft.
“Het begint met één persoon en dan zouden alle alarmbellen moeten afgaan”, waarschuwde hij. Volgens Knols zijn die alarmbellen binnen de wetenschappelijke wereld al veel langer afgegaan.
Om duidelijk te maken waarom vroege signalen volgens hem serieus genomen moeten worden, maakte de muggenexpert een vergelijking met Q-koorts. Ook die uitbraak begon ooit met een beperkt aantal bekende gevallen, waarna de omvang sterk toenam.
Daarmee zegt Knols niet dat het westnijlvirus zich noodzakelijkerwijs op dezelfde manier zal ontwikkelen. Zijn boodschap is vooral dat snel handelen belangrijk kan zijn wanneer een infectieziekte zich begint te verspreiden.
Hoe wordt het westnijlvirus verspreid?
Het westnijlvirus wordt in de natuur voornamelijk in stand gehouden door een cyclus tussen vogels en muggen. Muggen kunnen besmet raken wanneer ze bloed zuigen bij een geïnfecteerde vogel. Vervolgens kunnen ze het virus bij een volgende beet overdragen op mensen of andere zoogdieren, waaronder paarden.
De aanwezigheid van besmettingen bij zowel vogels als paarden en mensen is daarom een belangrijk signaal voor deskundigen die de verspreiding volgen.
Dat betekent overigens niet dat iedere mug in Nederland het virus bij zich draagt. Ook leidt een besmetting niet automatisch tot ernstige ziekte. Het geregistreerde sterfgeval in Utrecht maakt volgens Knols echter duidelijk dat ernstige gevolgen mogelijk zijn.
Virus komt ook elders in Europa voor
Nederland staat bovendien niet op zichzelf. Het westnijlvirus komt al langer voor in delen van Europa, waarbij vooral Zuid-Europese landen regelmatig besmettingen melden.
Tijdens de uitzending wees Knols erop dat er inmiddels 625 besmettingen in Europa zijn geregistreerd.
Volgens hem ligt het werkelijke aantal mensen dat met het virus in aanraking is gekomen waarschijnlijk hoger. Niet iedere besmetting wordt immers herkend of geregistreerd.
“Het virus waart rond”, aldus Knols. Juist daarom vindt hij dat Nederland zich goed moet voorbereiden op een situatie waarin meer besmettingen worden vastgesteld.
Pleidooi voor Outbreak Management Team
De muggenexpert vindt dat na het sterfgeval in Utrecht verschillende deskundigen en instanties gezamenlijk naar de situatie moeten kijken.
“Als het goed is moet er, na Utrecht, een soort OMT komen”, zei hij.
Met OMT doelt Knols op een Outbreak Management Team: een groep deskundigen die bij een mogelijke uitbraak de beschikbare informatie beoordeelt en adviseert over eventuele maatregelen.
Volgens Knols zouden onder meer het RIVM, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de GGD en verschillende medische en veterinaire deskundigen daarbij betrokken moeten worden.
Hij noemt daarbij niet alleen huisartsen, maar ook dierenartsen. Dat is van belang omdat het virus niet uitsluitend bij mensen wordt aangetroffen. Ook besmettingen onder dieren kunnen informatie opleveren over waar het virus circuleert.
Onderzoek rond besmettingen Utrecht
Bijzondere aandacht zou volgens Knols moeten uitgaan naar de regio Utrecht. Daar zijn volgens de besproken gegevens drie menselijke besmettingen vastgesteld.
Hij pleit ervoor om grondig te onderzoeken waar deze mensen mogelijk met het virus in aanraking zijn gekomen en welke overeenkomsten er tussen de besmettingen bestaan.
Ook monitoring van muggen, vogels en paarden kan helpen om een beter beeld te krijgen van de geografische verspreiding.
Het doel daarvan is vooral om zo vroeg mogelijk te ontdekken waar besmette muggen voorkomen en of er aanwijzingen zijn dat het virus zich naar andere gebieden verplaatst.
Deskundige wil maximale alertheid
Knols benadrukt dat zijn oproep niet betekent dat Nederland onmiddellijk met een grootschalige uitbraak te maken krijgt. Wel vindt hij dat het onverstandig zou zijn om af te wachten totdat het aantal besmettingen sterk begint toe te nemen.
Juist omdat muggen zich kunnen verspreiden en het virus via vogels over grotere afstanden kan circuleren, is volgens hem vroegtijdige surveillance van groot belang.
Het overlijden van de persoon uit Utrecht vormt voor de muggenexpert daarom een belangrijk waarschuwingssignaal.
Waar momenteel nog sprake is van een beperkt aantal bevestigde menselijke besmettingen, moet volgens hem alles in het werk worden gesteld om zicht te krijgen op wat er daadwerkelijk gaande is.
“Het begint met één persoon”, waarschuwt Knols. Voor hem is het dan ook duidelijk: het eerste Nederlandse sterfgeval moet aanleiding zijn om de ontwikkelingen rond het westnijlvirus uiterst serieus te volgen.
-
Actueel2 jaar agoHardnekkige gerucht blijkt tóch waar: ‘Dit heeft Marco Borsato allemaal met Maan gedaan!’
-
Actueel2 jaar agoJutta Leerdam stapt in ijsbad en laat per ongeluk een beetje teveel zien
-
Actueel2 jaar agoMartijn Krabbé deelt verdrietig bericht: ‘Zo lang heb ik nog’
-
Actueel2 jaar agoKijkers geschokt door actie van gast in Lang Leve de Liefde: slurf tevoorschijn gehaald
-
Actueel2 jaar agoAndré Hazes deelt per ongeluk beelden van vrij partijtje met Monique Westenberg
-
Actueel2 jaar agoOphef: Lang Leve de Liefde-deelnemers Laura en Duco liggen te wippen en geven volledige show weg
-
Actueel2 jaar agoVolgers verdrietig door heftige post van Emma Heesters 😔
-
Actueel2 jaar agoZangeres Maan laat op podium zien wat ze in huis heeft tijdens optreden. Daar kunnen de mannen wel van genieten